Veertig jaar geleden, op 3 april 1973, introduceerde Motorola de eerste mobiele telefoon. Het duurde wel nog tot 1983 voordat er een commerciële versie op de markt kwam. In die tijd had ik een semafoon op zak waarmee ik kon worden opgepiept. In 1992 kreeg ik een Kermit van de zaak: een mobiele telefoon waar je niet mee gebeld kon worden, maar wel mee kon bellen bij Greenpoints, voornamelijk in stadscentra en bij tankstations. Niet veel later kreeg ik mijn eerste mobiele telefoon, een apparaat met een enorme accu, die dan ook loodzwaar was. Bellen kostte 1 gulden per minuut (voor de jongere lezers: 0,45 euro) en omdat ik in die tijd lange dagen maakte en veel onderweg was, bedroeg de maandelijkse telefoonrekening vaak meer dan 1.000 gulden.
Het was het begin van een revolutie die zijn weerga niet kent. Vooral omdat sindsdien drie fenomenen zijn samengevoegd: de mobiele telefoon, de optie om teksten te versturen via dat draadloze netwerk, en internet. Iedereen is altijd en overal bereikbaar en alle informatie is altijd en overal beschikbaar. Via social media als WhatsApp, Twitter en Facebook ontstaan hele netwerken van mensen die ‘always connected’ zijn. Vooral bij jongeren zoemt of bliept de smartphone voortdurend: elke 20 seconden is er wel weer een bericht en hoewel ze daar niet altijd op hoeven te antwoorden, moeten ze wel altijd even kijken. Kennis hoeven ze niet meer paraat te hebben, want ze kunnen alles opzoeken. En wie een probleem heeft waar hij niet uitkomt doet een beroep op het eigen netwerk of op communities die overal op internet zitten: zo zijn problemen in een vloek en een zucht op te lossen.
De veranderingen zijn enorm. Mensen met een goed idee hoeven nu niet meer jaren te ploeteren om hun plan uit te werken en een eigen bedrijfje op te zetten, maar maken gebruik van crowdsourcing, crowdcreating en crowdfunding. Het stelt ze in staat om een idee in een paar maanden tijd om te zetten in een tastbaar product, dat ook te verkopen en daar zelfs goed mee te verdienen. Arme boeren in opkomende economieën kunnen dankzij een mobiele telefoon zien wat voor weer het wordt en, veel belangrijker misschien nog, wat de gangbare prijzen zijn voor de producten die ze hebben geteeld. Zo zijn ze niet meer afhankelijk van de weergoden en plaatselijke handelaren en kunnen ze eindelijk een menswaardig bestaan opbouwen. Die ontwikkeling gaat nog wel even door: ik hoorde ergens dat er nu 2 miljard mensen op internet zitten, maar dat dat over een paar jaar al 5 miljard mensen zullen zijn.
Deze digitale revolutie zal ons leven veranderen, zal het werken veranderen en zal ook ingrijpende gevolgen hebben voor de economie en voor de maatschappij. Schoonmakers en beveiligers hoeven we straks misschien helemaal niet meer in te werken: ze krijgen de eerste dag gewoon een Google Glass mee en zien daarop precies geprojecteerd hoe ze moeten lopen, wat ze moeten doen en waar ze op moeten letten. Onze cateringmedewerkers kunnen hun e-learningprogramma, de receptendatabase en HACCP-vraagbaak continu raadplegen via hun iWatch. Mobiel surveillanten zien hun route, alle bijzonderheden en alle alarmen geprojecteerd op de voorruit van hun auto. Medewerkers van Breijer kunnen ontbrekende onderdelen of materialen precies op maat uitprinten op de 3D-printer die dan op elke bouwplaats staat: het werk kan dus meteen verder en er is geen kostbaar transport meer nodig. Het zijn allemaal voorbeelden die nu al zijn te realiseren. Dus wie weet wat de toekomst ons nog gaat brengen.






9 april 2013
0 Reacties